Publicaties

Opiniestuk in Haarlems Dagblad, 23 juni 2020:

Serie columns door Benno Boeters

Deel 1: Duurzame doelen en de harde getallen

- door Benno Boeters -


Haarlem heeft torenhoge ambities in duurzaamheid. Bijvoorbeeld: over tien jaar zouden de stadsdaken bedekt moeten zijn met 600.000 zonnepanelen. (‘Dat is althans de inzet van het college van b & w’, aldus Haarlems Dagblad,14 februari). Waaronder 160 collectieve zonnedaken (volgens de ‘Routekaart naar klimaatneutraal in 2030 en aardgasvrij in 2040). Dat zijn er 152 meer dan nu. Hoe de stadsbestuurders dit voor elkaar willen krijgen – 15 per jaar erbij - is een groot raadsel. Tussen droom en daad gaapt nog een diepe kloof.

 

Hoe goed doen wij het in Haarlem en omstreken als het gaat om collectief opgewekte elektriciteit, in postcoderoosprojecten en SDE+ projecten met crowdfunding? Volgens de Lokale Energie Monitor heeft de regio Noord Holland Zuid de meeste collectieve zonnestroomprojecten (106) van Nederland. De nummer 2 in deze rangorde is Friesland; daar draaien 49 coöperatieve pv-installaties.


Maar voordat we ons alhier teveel op de borst gaan kloppen, qua vermogen staat Friesland weer net bóven NH Zuid. Aan de andere zijde van de Afsluitdijk staat 15,6 MWp aan panelen opgesteld; in onze regio staat er voor 13,4 MWp aan ‘zon-collectief’. De Friezen hebben dus per project veel meer panelen. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan die ene uitschieter. De Enerzjy Koöperaasje Garyp heeft maar liefst voor 7 MWp aan panelen opgesteld. Eén coöperatie die iets meer dan de helft heeft staan van wat wij hier in 106 projecten hebben georganiseerd.


Kleinschalig of grootschalig…. De 649 zonnestroomprojecten die burgerinitiatieven in het hele land hebben opgezet, leveren naar schatting van de Lokale Energie Monitor 2 % van het totale opgestelde vermogen aan pv-panelen in Nederland. Dus veel projecten – en veel vrijwilligerswerk – voor een – laten we zegen – bescheiden aandeel in duurzame elektriciteit.

Binnen de gemeente Haarlem hebben vier burgerinitiatieven/coöperaties en Kennemer Energie (Kennemer Kracht) acht collectieve zonnestroomdaken gerealiseerd. Bij elkaar zijn dat 3246 pv-panelen.

Het eerste collectieve dak dat operationeel werd (in 2015) is in het Garenkokerskwartier. Daar liggen bovenop Het Seinwezen 110 panelen (28 kWp).

Op de Fablohal liggen, ook sinds 2015, 1347 panelen, goed voor 370 kWp vermogen. DE Ramplaan heeft nog steeds het grootste dak.

Tweede in omvang is het Nova-college aan de Randweg, 504 panelen (154 kWp).

Sinds afgelopen september staat sportvereniging Onze Gezellen met 270 panelen qua vermogen (84 kWp) op nr 3.

Daarna volgen de twee daken van Haarlem Noorderlicht in de Waarderpolder. Op het Hoofdkantoor liggen 262 panelen (66 kWp) en op Prins Staal 272 (71 kWp).

Spaarnezaam heeft 261 panelen, op het dak van stadskantoor Zijlpoort (68 kWp).

Bij zorginstelling KDC Rozemarijn liggen 220 panelen (66 kWp).

Aantal panelen en potentiële opbrengst (vermogen) zijn niet evenredig, want hoe nieuwer de panelen, hoe beter ze presteren.

 

Leveren de postcoderoos-installaties een bijdrage aan het omlaag brengen van de CO2-uitstoot in Haarlem? Echt zichtbaar is dat niet, maar de Klimaatmonitor van de overheid (CBS, ministerie EZK) geeft wel aan dat de uitstoot als gevolg van elektriciteitsverbruik omlaag ging tussen 2015 en 2018, van 300.000 ton naar 241.000 ton. Maar de kooldioxide-emissie door gasverbruik nam in diezelfde periode toe; van 250.000 naar 260.000 ton.

 

Tot zover de getallen. Nu een mening: Het is doodzonde dat we – de energie-initiatieven/coöperaties - er maar mondjesmaat in slagen meer collectieve zonnedaken voor elkaar te krijgen. De projecten die al wel draaien blijken eveneens goed te werken als aanjager voor bewoners om ook op andere manieren aan de slag te gaan met energiebesparing, duurzaamheid en ‘aardgasloos’. ‘Den Haag’ legt veel verantwoordelijkheid voor de Energietransitie bij de regio’s. Ook in NH Zuid gonst het vergadercircuit. Maar we hoeven niet eerst alles uit te dokteren voordat we gaan uitvoeren. Collectieve pv-daken, die werken. We moeten op dakenjacht!

Deel 2: RES en regisseur

- door Benno Boeters -


Het schiet misschien niet zo op met de Energietransitie, maar er wordt wél druk over vergaderd! Zo zijn veel lokale en provinciale ambtenaren nu aan het steggelen over de Regionale Energie Strategie; in ons geval die voor Noord Holland Zuid. Heel Nederland is opgedeeld en in elke regio (in totaal 30) zoemt het praatcircuit over de grote vraag hoe we in 2030 half zoveel CO2 gaan uitstoten als in 1990.


Er is een website, er is ondersteuning, een handreiking, een afwegingskader, een expertpool, een analysekaart … En dat alles onder de paraplu van het Nationaal Programma RES. Klinkt fantastisch, alleen knaagt de vraag: wie heeft hier de leiding, wie is de RES-regisseur, de eindverantwoordelijke?


De afgelopen weken konden wethouders deelnemen – online – aan bijeenkomsten over Energietransitie & Leiderschap. ‘Leiderschap’ klinkt ook goed, maar als je ziet welke thema’s daar aan bod kwamen - ‘draagvlak creëren’, ‘verbinden’, ‘hoe betrek je de gemeenteraad’ en ‘hoe ga je om met de media?’ - dan associeer ik dat niet met leiderschap, eerder met de hete aardappel naar anderen toeschuiven.


Korte samenvatting van het voorafgaande: Klimaatakkoord … het ging even moeizaam maar in de zomer van 2019 lag het zowaar op tafel. Heel veel partijen hadden meegepraat, echter toch vooral een ‘Haags’ verhaal. Goed bedacht in de residentie, maar wie gaan het doen? Een doel stellen is niet zo moeilijk, maar hoe krijg je het voor elkaar, hoe voer je het uit, hoe boek je per jaar concreet resultaat? Wie is verantwoordelijk en krijgt op zijn of haar donder als het niet goed gaat in de uitvoering?


De gemeenten hebben ook wel heel veel op hun bordje gekregen. ‘Den Haag’ pronkte met het Klimaatakkoord maar kiepert de uitvoering over de schutting naar de gemeenten. (Daar heeft de meepratende VNG ook voor getekend). Een Haagse habitude die overigens ook bij andere lastige kwesties speelt.


Zijn de lokale ambtelijke organisaties daarvoor toegerust, opgeleid en ingesteld?


Het gemeentelijk apparaat is meestal goed in controleren op alle juridische details, toezien op regels en naleving, àlle aspecten de revue laten passeren… En daar de tijd voor nemen. Beter in bedenken waarom het niet kan. De echte doeners zitten daar doorgaans niet. De doeners, de ongeduldige types die behept zijn met een gevoel van urgentie en dadendrang, zitten meer bij de energie-initiatieven en -coöperaties.


Dat zijn wij dus. We hebben zelfs een Vereniging, de VEINH (voor heel Noord Holland) en die club heeft 10 aanbevelingen geformuleerd. Een heus RES Manifest dat de overheidsdienaren – wat mij betreft – uit hun hoofd moeten leren. Want wij hebben na zo’n vijf jaar proefdraaien nu wel een keer kijk op hoe het niet en hoe het wel moet. Laat bewoners meeprofiteren van hier opgewekte duurzame energie, geef dakeigenaren een premie voor zonnedaken, stel een ontwikkel-investeringsfonds in, geef ruimte aan kleine windmolens en betrek ons bij duurzame warmte. Zie het Manifest op https://veinh.nl/wp-content/uploads/2020/06/RES-Manifest.pdf


En voor de wethouders die al dan niet de sessie over Energietransitie & Leiderschap hebben gevolgd, wijzen we nog eens extra op aanbeveling 6: Wees als gemeente Procesregisseur. En dan gaat het niet om draagvlak en verbinden of omgaan met de media – dat ruikt veel te veel naar verantwoordelijkheid afschuiven, verder polderen – maar keihard om uitvoering, per jaar concrete resultaten bereiken en extra inspanning leveren als projecten tegen zitten.

Deel 3: Nieuwe PCR is doodklap

- door Benno Boeters -


Subsidies werken prima, vooral als je die ruimhartig uitdeelt. Zoals voor het bijstoken van houtsnippers in (kolen-)centrales, om de CO2-uitstoot te verminderen en de levensduur van die centrales te verlengen. Kost miljarden maar het werkt wèl. De kopers van elektrische auto’s subsidiëren, blijkt ook goed aan te slaan. Kijk maar naar al die Tesla’s op de weg. Zo duwt de regering ons de gewenste richting op. Besturen door aan subsidiekranen te draaien.


Soms komt er uit die subsidiekraan een straaltje dat maar nét genoeg is. De huidige Postcoderoosregeling met het verlaagd tarief in de energiebelasting kost geen miljarden. Toch wil minister Wiebes per 1 januari een andere regeling. Hij beloofde verbetering maar het voorstel wat er nu ligt is een heel slecht plan.


Terwijl hij eerder aangaf dat de regeling zeker niet zou verslechteren; de terugverdientijd zou rond 7,5 jaar blijven. De Tweede Kamer nam in september vorig jaar nog een motie van de CU aan, waarin gesteld werd dat een nieuwe PCR geen ‘stop and go’-effect mag hebben (geen stilstand in nieuwe projecten door financiële onzekerheid) en dat coöperaties geen negatieve gevolgen mogen ondervinden. Iedereen gerustgesteld.


Ten onrechte. In de nieuwe postcoderoosregeling 2021 gaat de terugverdientijd voor deelnemers van ongeveer 7,5 jaar naar 15 jaar! De opbrengst per opgewekte kilowattuur gaat van 12 cent naar 6,5 cent (van 0,118 naar 0,065 euro). Ter vergelijking: een particuliere eigenaar van zonnepanelen krijgt 0,16 euro per kWh aan subsidie.


Gelukkig is de PCR-2021 die nu op tafel ligt nog een concept. Maar je vraagt je wel af met welk doel de bedenkers – mensen van het Planbureau voor de Leefomgeving – dit zo hebben opgeschreven. Wij, de mensen die ervaring hebben met collectieve zonnedaken, kunnen maar een ding concluderen: dit valt niet te verkopen, dit is de doodklap voor de postcoderoosregeling, einde oefening voor de energiecoöperaties.


Uiterst merkwaardig is dat de PBL-ers in hun berekeningen blijken uit te gaan van rendementen van grootschalige pv-projecten die met SDE++ zijn gesubsidieerd. En met vollasturen die alleen haalbaar zijn met zuid-opstellingen (en niet de meest voorkomende: oost-west-) en de perfecte hellingshoek van de panelen. Het komt niet op bij de PBL-cijferaars om uit te gaan van de gemiddelde cijfers van de bestaande PCR-daken, die ruim voorhanden zijn. Zij maken liever sommetjes voor de postcoderoos met SDE-getallen. Snapt u het nog?


Verder hebben de ontwerpers van de nieuwe regels bedacht dat collectieve zonnedaken straks voor 50% gefinancierd moeten worden uit vreemd kapitaal. Dus voor de helft geleend geld. Terwijl wij, de coöperaties, zeer gesteld zijn op het idee dat wij onze eigen installatie hebben, met ons gezamenlijk ingebracht kapitaal. Áls een coöperatie voor een deel externe financiers wil – bijvoorbeeld om een lage instap voor mensen met een smalle beurs mogelijk te maken – mag dat dan aub een eigen keuze zijn?


Wat is de bedoeling minister Wiebes? De burgerinitiatieven de nek omdraaien? Alle kaarten op grote commerciële partijen met SDE-geld erbij?


Energie Samen heet de lobbyclub die met de minister onderhandelt over de nieuwe PCR. ‘Energie Samen vindt het fijn dat dit conceptadvies er nu ligt’, schrijven ze. De toon mag wel wat feller, beste mensen. De minister moet zich aan zijn beloften en gemaakte afspraken houden.

Deel 4: Wind waait vaker

- door Benno Boeters -


Met het realiseren van collectieve zonnedaken in Haarlem en omgeving hebben we de afgelopen jaren goede ervaring opgedaan. Maar die andere optie voor groene stroom – wind – daar doen we niks aan. Dat is eigenlijk merkwaardig. Al jaren staan er aan de rand van de toegedekte afvalheuvel bij Schoteroog vier oude windmolens. Stil. Een heel slecht signaal.


Zon of wind? Tijd voor een vergelijking. Om 1 TWh (terawattuur, ofwel 1 miljoen megawattuur) te produceren, heb je 1053 MWp opgesteld vermogen aan zonnepanelen en een oppervlak van 1000 hectare nodig. Die ‘draaien’ gemiddeld 950 vollasturen per jaar (meer zon zit er niet in). Om dezelfde hoeveelheid groene stroom uit wind te krijgen heb je 285 MW aan opgesteld vermogen nodig; dat zijn 57 windturbines van 5 MW. Die draaien zo’n 3500 vollasturen per jaar.*


Stel dat we in Haarlem één 3 MW-windturbine zouden hebben, dan zou die voor minstens 2000 huishoudens stroom leveren. Dat is meer dan we nu halen met de acht collectieve pv-daken. Die ene molen zou meer dan zes keer zoveel opbrengen als al onze collectieve panelen (!)


Ja, die vollasturen… Het aantal uren dat pv-panelen op vol vermogen presteren is nu eenmaal veel lager dan die van wind (950 versus 3500). Met excuus voor de open deur: het waait ook ’s nachts en in de winter. Juist daarom is stroom uit wind zo’n goede aanvulling; in de periode dat we het hoogste energieverbruik hebben, doen pv-panelen heel weinig.


In de RES-sen (Regionale Energie Strategieën) waarover nu druk vergaderd wordt, maken de opstellers dus ook plannen voor meer wind. En de gemeente Haarlem brengt met een informatienota de optie van nieuwe windmolens op Schoteroog weer onder de aandacht. Want het bestuurscollege heeft Duurzaam Doen als motto in het coalitieakkoord. Dus wil het ‘marktpartijen faciliteren bij het realiseren van projecten’. Er liggen op Schoteroog mogelijkheden om voor vier- tot zesduizend huishoudens groene stroom op te wekken. Met een combinatie van windturbines en pv-panelen op de zonkant van de heuvel. Hoe de verdeling zon / wind moet zijn, geeft de nota niet aan.


Maar wel is duidelijk dat nieuwe windmolens toch echt groter moeten zijn dan de 3 MW-turbines waar nu mee gerekend wordt. ‘Ze zijn namelijk ouderwets en te klein. Regio’s die uitgaan van 3 MW windturbines verkijken zich op deze keuze. Want het is onmogelijk om met deze turbines een rendabele businesscase te bouwen. Een kleinere turbine klinkt misschien sympathiek maar is onhaalbaar. Bovendien kun je met minder turbines toe als je ze groter maakt; 1 grote windturbine oogst veel meer wind dan zijn twee kleinere broertjes samen.’ Zo stelt de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA), de branchevereniging van de windsector.


Het grote dilemma is: hoe groot of hoe hoog kunnen nieuwe windmolens op Schoteroog zijn. Waar ligt de bovengrens qua vergunningen (Schiphol) en qua maatschappelijke acceptatie? Een moderne windmolen van meer dan 4 MW vermogen heeft een tiphoogte van ongeveer 200 m (as-hoogte plus lengte van de wieken/bladen).


Het kan zijn dat het faciliteren door de gemeente uitmondt in groen licht voor een paar ‘grote jongens’. In dat geval zal de huidige eigenaar dank u wel zeggen, ze installeren en jaar na jaar de opbrengst incasseren. Als de molens niet hoger mogen zijn dan…(?) kan de eigenaar denken: ik laat het erbij, ik verkoop de oude meuk. Dan kán er wellicht een financiering voor die minder rendabele – maar wel zeer nuttige – turbines gevonden worden in – bijvoorbeeld – de (nieuwe?) postcoderoosregeling.


Kortom, óf grote molens - dan wordt het commercieel - óf minder grote en niet interessant voor een marktpartij, en ‘dan maar’ gefinancierd via postcoderoos of ander model. Minder winst in euro’s, maar die winst gaat wel naar een of meer coöperaties en dus de lokale deelnemers . En veel groene stroom. Ook in de winter.


* Die cijfers hanteert de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. In het Klimaatakkoord wordt gerekend met 854 vollasturen voor zonnepanelen en 3237 vollasturen voor wind op land.